Waarom vaccineren?


Vaccinatie HondVaccicheckVaccinatie kat


smekende bulldog animatie

Een vaccinatie wordt bij ons altijd vooraf gegaan door een algehele gezondheidscontrole. Hierbij wordt de patiënt onderzocht, kunt u vragen stellen, en geven wij adviezen. Wij achten het belang van een jaarlijkse check-up van de gezondheidstoestand van minstens even groot belang als de vaccinatie!! Hierbij kunnen namelijk klachten al in een vroeg stadium geconstateerd en behandeld worden. Omdat oudere dieren vaak meer problemen krijgen willen wij er zelfs naar toe om deze 2x per jaar voor een check-up te laten komen, ook al is de vaccinatie 1x per jaar.

 

De jaarlijkse vaccinaties (kattenziekte+niesziekte bij de kat en de cocktailvaccinatie+kennelhoest bij de hond), plus een 2e gezondheidscontrole een half jaar later zijn inbegrepen in het Vetplan!


Voor dit filmpje moet u even doorklikken naar YouTube.


Vaccinaties worden gegeven om dieren weerstand te geven tegen bepaalde infectieziekten. Het risico dat goed gevaccineerde dieren lopen om deze infectieziekten op te lopen is kleiner, en als ze het toch krijgen dan zijn de ziekteverschijnselen veel milder en zijn ze er sneller weer vanaf vergeleken met niet gevaccineerde dieren. Verder is vaccinatie ook van belang voor de populatie van honden en katten: hoe meer dieren er gevaccineerd zijn tegen een bepaalde ziekte, des te minder frequent komt die ziekte voor.

Het principe van een vaccinatie is dat het afweerapparaat van het dier in contact gebracht wordt met een onschadelijk gemaakte ziekteverwekker (=vaccin). De volgende keer dat het afweerapparaat hiermee in contact komt is de afweerreactie sneller en sterker, omdat de ziekteverwekker al "bekend" is en dus herkend wordt..

Jonge dieren krijgen na de geboorte via de moedermelk afweerstoffen binnen, de zogenaamde passieve weerstand of maternale immuniteit. Dit is nodig omdat het afweerapparaat de eerste weken nog niet goed functioneert. Pups en kittens die de eerste 24 uur niet drinken bij de moeder missen deze passieve weerstand geheel of voor een groot deel, en lopen dan erg veel risico om ziek te worden. Tussen de 6 en de 15 weken neemt deze passieve weerstand/maternale immuniteit geleidelijk af, en gaat het afweerapparaat beter werken. Op dat moment is het zinvol om met vaccinaties te starten. Indien er al gevaccineerd wordt terwijl de maternale immuniteit nog op peil is, zal een vaccinatie niet of onvoldoende aanslaan: er volgt geen weerstands-opbouw. Omdat we op voorhand niet weten wanneer de maternale immuniteit voldoende is gezakt om een vaccinatie wel te laten aanslaan, doen wij meerdere vaccinaties, op 6, 9 en 12 weken. Door de vroege vaccinaties kunnen wij die dieren beschermen die al vroeg hun maternale immuniteit verliezen, en met de latere vaccinatie die dieren waarbij de maternale immuniteit pas later voldoende gezakt is om een effectieve vaccinatie met weerstands-opbouw te laten plaatsvinden.

Bij ruim 90% van de dieren zal dit standaard vaccinatieschema leiden tot een goede weerstand. Echter bij een klein deel van deze dieren is ook met 12 weken de maternale immuniteit nog dermate hoog dat ook de laatste vaccinatie niet goed aanslaat. In dat geval zal, indien daar geen passende maatregelen op volgen, de weerstand na het verdwijnen van de maternale immuniteit (met 15, hooguit 20 weken) erg slecht zijn. Indien de volgende vaccinatie volgens het standaard entschema gegeven wordt als het dier 1 jaar is, zal het tot die tijd erg gevoelig zijn voor bepaalde infectieziekten. Met name parvo (zie ook filmpje hieronder) is dan een groot risico.

Om dit risico uit te sluiten is het verstandig om op de leeftijd van 20 weken een vaccicheck (zie lager op deze pagina) te laten doen. Met 20 weken is de maternale immuniteit bij alle dieren wel weg, dus als de vaccicheck dan een goede weerstand als uitslag heeft, weet men zeker dat er een vaccinatie is aangeslagen. Omgekeerd, als de weerstand dan erg laag is, weet men dat de standaard vaccinaties niet zijn aangeslagen, en kan de cocktail enting direct herhaald worden. Van deze vaccinatie mag men verwachten dat die wel aanslaat, aangezien dan net is aangetoond dat de maternale immuniteit weg is. Er is echter ook een klein percentage zogenaamde non-responders. Dit zijn dieren waarbij een vaccin om andere redenen niet aanslaat. Om deze dieren eruit te halen moet je de vaccicheck 3-4 weken na de laatste vaccinatie (in dit geval die van 20 weken) herhalen. Non-responders kunnen het best gevaccineerd worden met een ander vaccin.(andere fabrikant/andere virusstam).

Indien ervoor gekozen wordt om geen vaccicheck te doen met 20 weken, dan is het verstandig om de vaccinatie die op de leeftijd van 1 jaar gegeven zou moeten worden, naar voren te halen en al te geven als het dier een half jaar oud is. Hiermee is een potentieel erg lange periode waarin de immuniteit erg slecht kan zijn, sterk bekort. Indien hiervoor gekozen wordt dan hoeft de daaropvolgende vaccinatie pas een jaar later (leeftijd 1,5 jaar) gegeven te worden, en niet zoals het standaard schema op de leeftijd van 1 jaar.

 

In water spelende hond

Vaccinatieschema voor de hond

Leeftijd en bijbehorende Vaccin

6 weken

Hondeziekte, Parvo (puppy-enting)

9 weken

Hondeziekte, Parvo, Weil, Hepatitis, parainfluena en bordetella

12 weken

Hondeziekte, Parvo, Weil, Hepatitis, en evt. rabiës

1 jaar

Hondeziekte, Parvo, Weil, Hepatitis, parainfluenza, bordetella, en evt. rabiës

2 jaar

Weil, parainfluenza, evt. met Bordetella, en evt. rabiës

3 jaar

Weil, parainfluenza, evt. met Bordetella, en evt. rabiës

4 jaar

Hondeziekte, Parvo, Weil, Hepatitis, parainfluenza, bordetella, en evt. rabiës

Opmerkingen betreffende het vaccinatieschema:

Als een pup bij ons komt en het bovenstaand schema is niet doorlopen, dan passen wij het verdere vaccinatieschema voor deze pup dusdanig aan dat zo snel als mogelijk een optimale weerstand verkregen wordt.

Met 9 weken geven wij standaard aan alle pups naast de grote cocktailvaccinatie een kennelhoestvaccin (parainfluenza en bordetella), omdat pups een risicogroep vormen: ze hebben minder weerstand dan volwassen honden, en kunnen op bijvoorbeeld een puppycursus of door contact met andere honden elders gemakkelijk een kennelhoestinfectie oplopen.

Voor de socialisatie van uw pup is het ook absoluut ongewenst om uw pup te isoleren van andere honden, dus goede bescherming is gewenst. Met 12 weken geven wij de grote cocktailvaccinatie (hondeziekte, parvo, weil, hepatitis), zonder kennelhoestvaccin, want die is een jaar geldig en is met 9 weken gegeven..

Met 1 jaar geven wij de "grote cocktailvaccinatie" plus kennelhoest, omdat de jonge hond nog in de risicogroep zit voor kennelhoestinfecties.

Op de leeftijd van 2 jaar EN 3 jaar kunnen we volstaan met de "kleine cocktail"(weil, parainfluenza), waarbij er nog de optie bestaat om ook tegen bordetella te vaccineren. Bordetella zit in het neussprayvaccin tegen kennelhoest, en is verplicht als de hond in pension gaat, maar is eigenlijk bij elke hond verstandig om te blijven geven. Kennelhoestinfecties komen immers ook buiten het pension voor.

Met 4 jaar moet weer de grote cocktail gegeven worden. Deze hoeft niet elk jaar omdat de componenten hondeziekte, parvo en hepatitis tenminste 3jaar bescherming bieden. De componenten Weil, parainfluenza en bordetella geven maar een jaar goede bescherming, daarom blijft jaarlijkse vaccinatie nodig. Met 4 jaar(en verder) is bordetella weer optioneel (zie bij 2/3 jaar).

Op de leeftijd van 5 en 6 jaar kan weer worden volstaan met de "kleine cocktail", met 7 jaar weer de "grote cocktail", enz. enz.

Rabiës is het hondsdolheidvaccin dat verplicht is als u met uw hond de grens overgaat. Deze kan op ieder moment vanaf de leeftijd van 3 maanden gegeven worden, evt. in combinatie met andere vaccins. Het vaccin hoeft net als de "grote cocktail" slechts eens in de 3 jaar gegeven te worden. Indien uw hond dit vaccin voor het eerst krijgt dan moet dit tenminste 3 weken VOORDAT u met de hond de grens overgaat. Bij een tijdige herhalingsvaccinatie geldt die termijn van 3 weken niet.

Het zogenaamde alternerende vaccinatieschema dat zo ontstaat is erop gericht om uw hond wel een goede bescherming te bieden, maar om een overmatig en dus ook overbodig gebruik van vaccins te voorkomen. Dit noemen wij "vaccineren op maat".

Onderstaande filmpjes geven wat meer informatie over de infectieziekten waartegen wij vaccineren.
U moet even doorklikken naar het YouTube filmpje


“Titeren”, of de Vaccicheck bij de hond.

Titeren houdt in het controleren van de (door vaccinaties) opgebouwde weerstand tegen bepaalde infectieziekten door middel van bloedonderzoek.

Het doel van dit onderzoek is om te bepalen welke hervaccinaties nodig zijn. Het is namelijk zo dat het tijdstip van hervaccinatie wordt bepaald door de minimale garantie van de weerstand door de fabrikant van de vaccins. Echter de werkelijke weerstand tegen bepaalde infectieziekten is vaak veel langer ( maar individueel verschillend).

De test die we gebruiken voor het titeren heet de “Vaccicheck”.

Met de Vaccicheck wordt de weerstand tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte (HCC) getest. Dit zijn ook deze ziekten waarbij de weerstand na vaccinatie jaren lang op peil kan blijven.

NB: dit zijn niet alle componenten van de cocktailvaccinatie!

In de cocktailvaccinatie zitten ook nog parainfluenza en ziekte van Weil (leptospirose). Van deze 2 ziekten is bekend dat de duur van de bescherming na vaccinatie ongeveer 1 jaar is.

Momenteel vaccineren wij, zoals al hierboven beschreven, vanaf het eerste levensjaar alternerend. Dit noemen wij “vaccineren op maat”, maar het kan dus nog beter!

Omdat deze componenten (parvo, hondenziekte en leverziekte) van de grote cocktail ook langer dan 3 jaar bescherming kunnen bieden (maar dus niet altijd), kan het zijn dat dieren onnodig de grote cocktail krijgen in plaats van de kleine cocktail.

Wat de kosten van de vaccinatie betreft maakt dit niets uit. Wij hanteren voor de grote en kleine cocktail hetzelfde tarief omdat de inkoopprijzen ook nauwelijks verschillen.

Wat wel ter discussie staat zijn de eventuele nadelige effecten van “overvaccinatie” voor de gezondheid van onze honden. Sommige dieren kunnen een entingsreactie krijgen na vaccinatie. In de meeste gevallen houdt dit in dat ze een (soms pijnlijke) zwelling krijgen op de vaccinatieplek. Een enkeling kan zelfs een dagje niet lekker zijn. Meestal is dit kortdurend en gaat vanzelf weer over. In sporadische gevallen zijn er heftiger entingsreacties.

Overprikkeling van het afweerapparaat door overvaccinatie wordt in bepaalde kringen ook wel in verband gebracht met andere ziektebeelden, bijvoorbeeld auto-immuun ziekten of zelfs kanker. Dit soort verbanden zijn echter nooit wetenschappelijk aangetoond en beschouwen wij als bangmakerij.

Vanwege de weerstandsduur van ziekte van Weil en parainfluenza is een jaarlijkse vaccinatie met de kleine cocktail( ziekte van Weil/Parainfluenza) noodzakelijk, maar als wij gaan titeren kunnen wij het tijdstip waarop weer de gehele cocktail nodig is echt meten, en in veel gevallen jaren uitstellen.

Dit betekent dat wij dan nog beter op maat kunnen vaccineren.

Voor het uitvoeren van de Vaccicheck is een bloedafname nodig, en de test zelf vraagt ook wel wat tijd. Dit betekent dat u ofwel moet wachten op de uitslag, maar meestal moet u voor de nodige vaccinatie later terug komen, omdat we voor de test die tijd moeten inplannen. De kosten van de Vaccicheck zijn E59,25, dat is inclusief algeheel lichamelijk onderzoek en bloedafname. Voor elke volgende hond waarbij u tegelijk ook de vaccicheck laat doen geven we E13,50- korting.

Deze kosten zijn exclusief de kosten van de vaccinatie die nog moet volgen, want zoals al eerder vermeldt: jaarlijkse vaccinatie met tenminste de kleine cocktail blijft nodig.

Voor de vaccicheck bij pups verwijzen wij naar een helder een duidelijk geïllustreerd artikel van NML health. Hierin zijn verschillende opties besproken. Verstandig blijkt het om in ieder geval alle pups na de vaccinaties op de leeftijd van 6, 9 en 12 weken, op de leeftijd van 20 weken te titeren. Hierbij kan gecontroleerd worden of de vaccinaties aan zijn geslagen.

Indien er gekozen wordt voor de optie om echt zo min mogelijk en gericht te vaccineren, dan is titeren vanaf 9 weken nodig, en dit moet dan elke 3 weken herhaald worden totdat de maternale immuniteit weg is, waarna gevaccineerd kan worden. 3 weken na die vaccinatie moet dan weer getiterd worden om het al dan niet aanslaan van de vaccinatie te controleren. Het grote voordeel van deze aanpak is dat dan in principe 1 vaccinatie voldoende is! U kunt hier het hele artikel lezen.


kittens

Vaccinatieschema voor de kat

Leeftijd en bijbehorende vaccin:

9 weken

Parvo, calici- en herpesvirus, evt. bordetella

12 weken

Parvo, calici- en herpesvirus, evt. rabiës, evt. bordetella

1 jaar

Parvo, calici- en herpesvirus, evt. rabiës, evt. bordetella

2 jaar

calici- en herpesvirus, evt. rabiës, evt. bordetella

3 jaar

calici- en herpesvirus, evt. rabiës, evt. bordetella

4 jaar

Parvo, calici- en herpesvirus, evt. rabiës, evt. bordetella

Opmerkingen betreffende het vaccinatieschema:

Parvovirus bij de kat is kattenziekte, calici- en herpesvirus zijn beide niesziektevirussen. De enting parvo+calici+herpesvirus noemen we ook wel de "grote cocktail" voor de kat.

Met 9 en 12 weken geven we de vaccinatie tegen kattenziekte en niesziekte, dus de grote cocktail. Als optie kan extra bordetella gevaccineerd worden, een vaccin dat extra bescherming biedt tegen niesziekte. Dit is zeker aan te raden als de kat naar pension gaat. NB: bordetella moet 2 weken voor of na andere vaccinaties gegeven worden, maar niet tegelijkertijd!

Vanaf 3 maanden kan ook rabiës ofwel hondsdolheid gevaccineerd worden, wat verplicht is als de kat de grens over moet. Dit vaccin hoeft slechts eens in de 3 jaar gegeven te worden. Het moet tenminste 3 weken VOORDAT de kat de grens overgaat gegeven worden.

Met 1 jaar geven we weer de "grote cocktail", bordetella en rabiës zijn optioneel (ook volgende jaren!!)

Met 2 en 3 jaar geven we de "kleine cocktail": calici- en herpesvirus, dus alleen de niesziektecomponent. Dit kan omdat de kattenziektecomponent 3 jaar werkzaam blijft, en de niesziektecomponent slechts 1 jaar. Jaarlijkse vaccinatie blijft dus nodig.

Met 4 jaar geven we weer de "grote cocktail", met 5 en 6 jaar de kleine, met 7 weer de grote, enz. enz.

Ook bij de kat ontstaat zo een alternerend vaccinatieschema, omdat we niet onnodig veel vaccincomponenten willen geven maar wel een goede weerstand willen waarborgen. Ook bij de kat vaccineren we dus op maat.

Ook bij de kat is de vaccicheck mogelijk, en om dezelfde redenen als bij de hond ook nuttig. Op dit moment bieden wij de vaccicheck voor de kat echter nog niet aan omdat hier nog onvoldoende vraag naar is. Andere vaccinaties die bij de kat zijn de FIP-enting (tegen besmettelijke buikvliesontsteking) en de FeLV-enting (tegen katten leukemie). Deze vaccins worden weinig gebruikt, en zijn ook alleen in bijzondere gevallen nuttig.

Onderstaande filmpjes geven meer informatie over de ziekten waartegen wij vaccineren.
U moet even doorklikken naar het YouTube filmpje.